BCE
De letters BCE zijn de afkorting van Bureau voor de Coördinatie van Expertises.
Het BCE is één van de diensten van Datassur. Het is belast met het beheer van de schadedossiers waarin een onderneming van openbaar nut is betrokken. Deze ondernemingen hebben met het BCE een conventie voor een versneld beheer van de schadegevallen gesloten. We vermelden onder meer Belgacom, Electrabel, het Ministerie van Infrastructuur en Openbare Werken, de NMBS…
Ondernemingen van openbaar nut zijn meer nog dan privé-ondernemingen gevoelig voor schade als gevolg van menselijke activiteiten. Dat is ook niet verwonderlijk, aangezien het grootste deel van hun infrastructuur tot het openbare domein behoort, ondergronds, bovengronds of in de lucht. Dit is hoe dan ook een domein waarin het risico op schade als gevolg van een menselijke activiteit groter is dan elders.
De risico's waarvan sprake zijn - gelukkig maar - vaak gedekt door een burgerlijke aansprakelijkheidsverzekering. Gezien het grote aantal schadegevallen en de vrij hoge graad van overeenkomst tussen de vergoedingsprocedures voor de benadeelde ondernemingen van openbaar nut, hebben de betrokken verzekeraars snel ingezien dat zij er alle belang bij hadden om met deze instellingen van openbaar nut conventies af te sluiten waarin de regels en de procedures voor schadeloosstelling werden vastgelegd. Om de afwikkeling van deze schadegevallen nog te versnellen en te uniformeren hebben zij de dienst BCE in het leven geroepen, de onmisbare draaischijf van het systeem. De mensen van het BCE waken over de correcte toepassing van de conventies voor de bij hen aangegeven schadegevallen en stellen in voorkomend geval een expert onder hun supervisie aan.
Het BCE komt tussen in de behandeling van schadedossiers voor zover de BA van de auteur van de schade gedekt is door een polis bij een verzekeraar die tot de BCE-conventie ad hoc is toegetreden en voor zover het schadegeval behoort tot het toepassingsgebied van een van de conventies.
Deze dubbele voorwaarde laat toch nog de deur open voor schadegevallen die vanwege hun aard zekere overeenkomsten vertonen met schadegevallen die onder de toepassing van een conventie vallen. De dossiers die in dat verband worden aangelegd, worden " buiten overeenkomst " genoemd.
Het is uiterst belangrijk in te zien dat het BCE zich niet in de plaats van de verzekeraar stelt en de schade dus niet in de plaats van de verzekeraar regelt. Hoewel het BCE zich altijd uitspreekt over het bedrag van de schade, houdt het zich niet bezig met de volgende twee vragen :
In de praktijk formuleert het BCE evenwel regelmatig een advies over de aansprakelijkheidskwestie. Dat advies is dan gebaseerd op de elementen die door de expert worden aangevoerd.
Wat doen de BCE-beheerders in de praktijk ?
De interventie van de BCE-beheerders bij de afhandeling van een schadegeval
kan als volgt worden samengevat :
Onderscheid tussen het uitgebreid en het beperkt mandaat.
Als de onderneming op het ogenblik van haar toetreding geen enkel voorbehoud formuleert, dan voert het BCE alle bovengenoemde taken uit voor elk schadedossier dat voor rekening van de betrokken onderneming wordt aangelegd. Dat is de formule van het uitgebreid mandaat, gebaseerd op de aanstelling van een expert en de follow-up van zijn werk door een BCE-beheerder.
Als de onderneming op het ogenblik van haar toetreding evenwel beslist het mandaat van het BCE te beperken, dan wordt er door het BCE geen expert aangesteld en wordt de factuur van het getroffen bedrijf niet gecontroleerd. Dit laatste is wel verplicht de in de conventie opgenomen tarieven toe te passen.
Het BCE beschikt momenteel over een reserve van een twintigtal experts, gelijk verdeeld over het grondgebied, waarop het een beroep kan doen telkens wanneer het dat nodig acht of wanneer een aangesloten onderneming erom verzoekt.
De taak van de door het BCE aangestelde expert, die in de praktijk evenwel werkt voor rekening van de onderneming die de BA van de auteur van de schade verzekert, is tweeërlei :
Om het eerste deel van zijn opdracht tot een goed einde te brengen ziet de expert erop toe dat de prijzen en tarieven van de BCE-conventies correct worden toegepast. In de - weliswaar zeldzame - gevallen waarin hij niet op deze deze referenties kan terugvallen, verwijst de expert naar de regels van de kunst of doet hij gewoon een beroep op zijn gezond verstand. In de praktijk zijn de zaken natuurlijk niet altijd even eenvoudig als ze eruit zien. Een instelling van openbaar nut, die schade heeft geleden, wacht immers niet op de komst van de expert voordat ze met de noodzakelijke hestellingswerken begint. Deze zijn vaak al geheel of gedeeltelijk uitgevoerd als de aangestelde expert ter plaatse komt. De expert stelt dan vast dat de herstellingen zijn uitgevoerd, controleert de juistheid en de relevantie van de ingebrachte bedragen en betwist ze zo nodig op basis van objectieve elementen (gepresteerde uren, werkmethode, kwaliteit en kwantiteit van het betrokken personeel…).
Hoewel de expert niet is aangesteld om de aansprakelijkheid te bepalen (deze beslissing hoort toe aan de onderneming), spreekt het vanzelf dat zij, door hun aanwezigheid op de plaats van het schadegeval, het best geplaatst zijn om een objectief verslag van het verloop en de gevolgen van een schadegeval op te maken en bijgevolg ook om een advies over de aansprakelijkheid te formuleren. Dat advies wordt unaniem op prijs gesteld door de beheerders van de ondernemingen, die er in de praktijk een bron van objectieve en betrouwbare informatie in zien.
Maar wie zijn die experts die het BCE heeft gekozen om de expertiseopdrachten in naam en voor rekening van de aangesloten ondernemingen tot een goed einde te brengen ?
Meestal gaat het om gediplomeerde ingenieurs. Zij beschikken over een uitgebreide praktijkervaring, vaak opgedaan in een openbaar nutsbedrijf, en werken volledig onafhankelijk, temeer daar het BCE nooit hun enige opdrachtgever is. Bovendien is een expert, in tegenstelling tot wat men misschien wel denkt, door het BCE nooit voor het leven aangesteld. Vanuit zijn zorg om het hoge niveau van de expertises te handhaven heeft Datassur een kwaliteitscontrolesysteem uitgewerkt dat de experts verplicht zo snel en zo professioneel mogelijk te werken.
In 2005 heeft het BCE meer dan 32.000 schadedossiers afgehandeld.
Bijna 54% van de dossiers wordt ingeleid door Belgacom. De schade bestaat meestal uit een bij wegwerkzaamheden doorgesneden telefoonkabel.
Bijna 22,5 % van de dossiers heeft betrekking op de gewestelijke ministeries van infrastructuur en openbare werken. Het gaat vooral om schade aan de wegeninfrastructuur, bijvoorbeeld als gevolg van een verkeersongeval.
Bijna 15,5% van de dossiers heeft betrekking op Electrabel. Ook hier gaat het meestal om elektriciteiskabels die naar aanleiding van wegwerkzaamheden zijn beschadigd.
Ten slotte wordt bijna 7 % van de dossiers aangelegd op vraag van de gasdistributiemaatschappijen en waterleidingsmaatschappijen.